Hè?! Om vier uur in de namiddag, het terras is in aanloop naar 'op zijn drukst', zie ik daar ineens mijn teerbeminde schone zwager opduiken met in zijn kielzog zus en kindjes (nou ja....)! Ja ja, ik wist wel dat ze die dag zouden komen maar dat ze er nu al zouden zijn?! De tijd vliegt als je het druk hebt. Whaaa! Wat leuk!
De tafels langs gesjeesd, de mensen voorzien van koel klinkend, fris drinkend, stemmen smerend, razend, flitsend, snel vibrerend, koel, koel, koel, sissende drankjes en daarna lekker erbij en kletsen maar.
Door, nou ja, doordat het kon, heb ik me aangesloten en een soort van vakantiedagen kunnen genieten.
 |
Daar zaten zij. Boven op een muur.
|
's Morgens wel eerst de ontbijtjes doen: tafels dek ik al de ochtend ervoor, na het afruimen al direct, dus: koffie zetten, stokbrood in de oven (het dorp Saint Projet heeft geen bakker, mind you, het heeft eigenlijk niks behalve wat oude krakkemikken, een kerkje en een rivier. Woensdag en zaterdag komt er een soort SRV bakkeres die zichzelf luidruchtig aankondigt door met een door merg en been snijdende snerp van haar aanwezigheid kennis te geven. Voor de niet clevere onder u: zij doet dit met een toeter, niet met haar eigen stembanden. Tenminste, daar ben ik van uitgegaan! :o) Dat brood moet dus even 'opgepiept' en is dan weer zo knapperig als een verse baguette. Enfin, zoetjes en zoutjes op tafel, en de gasten kunnen de dag met een gevuld buikje beginnen. Ik voeder mezelf met muesli met yoghurt, in de keuken, of een stuk stokbrood als ik zin heb in het substantiëlere knaagwerk.
 |
| St. Barthem. Waar het brocante festijn plaatsvond. |
Als iedereen tussen de kruimels is uitgeklommen (nadeel van stokbrood, je kunt met de resten een klein grachtje dempen) ga ik 'quick quick' (dat zei mijn au pair mevrouw honderd jaar geleden altijd) de resten van het slagveld wegwerken, afwasmachine aan en allez hop: met iets anders aan de slag. Dat was nu: mee boodschappen doen. Hebben jullie dat nu ook; dat je je zo kunt verliezen in buitenlandse supermarkten? Heerlijke shampoos (ik ben fan van Jacques Dessanges), geurige douchespulletjes (Le petit Marseillais, quoi d'autre?), kruidenmixjes die je hier niet hebt (denk ik dan, in Nederland sjees ik door de tent dus ik weet helemaal niet exact wat er allemaal te koop is. Figuurlijk natuurlijk dan weer wél. Dat spreekt), aansprekende oliën (voor in de pan én op je vel), geinige kommetjes, slippertjes waarvan je weet dat ze na een week dood zijn maar oh, wat zijn ze beeldig en wat staan ze sexy, snaaierijen die eigenlijk toch altijd wat droger uitpakken dan de smeuïgheid van het Hollandse gebak. Ach, ik ga los als ware het het paradijs van Boucheron op de Place Vendôme (zoek gerust op) (:)). Hoewel ik bij laatstgenoemde nog geen half schakeltje heb voor de prijs waar ik nu een kar vol scoor. Wat ben ik toch eenvoudig gebleven. En zo gauw tevreden.
 |
| Bon ap'! |
Afdwalen is my middle name want eigenlijk wil ik natuurlijk vertellen over het Lot van de lely's dat zo aardig aan het mijne verbonden was, die zonnige week. De eerste avond aten wij bij Marie. Zo heet het ook: 'Chez Marie'. Marie is een klein Frans wijfje dat een snoezig uitspanninkje drijft in een dorp dat op raadselachtige wijze 'GRAND Vabre' is genoemd. Ik heb me suf geprakkezeerd maar er is echt niks grands te bespeuren in de wijde omtrek.
 |
| Zou dit de Grand Vabre zijn? |
 |
| Bij Marie. Lieflijk hè? |
Het dorp telt 414 zielen, volgens Wiki en dat kunnen we met gemak verdubbelen tijdens de zomermaanden wanneer driekwart van de Volendamse bevolking deze Vabre frequenteert. Maar goed, allemaal oninteressant geneuzel. Wat deden wij zoal ondanks temperaturen van ruim boven de dertig graden? Wij togen, zonnig gehumeurd en recht van lijf en leden, en natuurlijk op het heetst van de dag, naar onder andere het middeleeuwse dorp Conques. Gelegen op de route naar Santiago de Compostella (die dag ontspoorde er een trein) vlogen de pelgrimsstokken en Sint Jacobsschelpen ons om de oren.
 |
| De zusjes op pelgrimstocht. |
Gelukkig zat daar ook een zoetgevooisde, charmant ogende minstreel hedendaagse songs te kwelen. Ah! Mijn dag was goed. Het voelde als thuis (Parijs zat vol met dit soort types en ik maakte deel uit van deze scene dus fluks in de buidel getast ter beloning én (h)erkenning). Wat slenteren door de pittoreske straatjes (ik vraag me op dit soort plekken altijd af: waar en hoe m.b.t. de rolstoelgebruiker?! Ohhhh!) en dan lekker een pizzapunt op het kerkhof want daar is wat schaduw.

Een ander niet te missen hoogtepunt was het eetfestijn in Saint Barthem. Allemaal kraampjes die lokale brouwsels verkopen (Aligots bijvoorbeeld: een smurrie van aardappelpuree vermengd met kaas. Heerlijk maar vrij 'voedend', netjes uitgedrukt. Het zou zo maar kunnen dat er ook huizen mee gebouwd worden. Ik sluit het serieus niet uit). Na aanschaf zet je je aan één van de lange tafels, geperst (in ons geval) tussen Frans sprekende Belgen, ook wel Walen genoemd, en Nederlanders van het type 'bakfiets, zonen Storm en Knut, jurkje King Louis en 'oh, we hebben toch zulke heerlijke wijnen ontdekt op een klein domaine waar nog geen toerist ooit kwam', jammer dat ze zo belabberd Frans spraken. :). Maar wat hebben we genoten! Zo gezellig en zo heerlijk zwoel en licht naar pis meurend want dat is ook zo 'echt Frans'. Nee serieus, het was een top avond.
 |
| Een verdwaalde pelgrim |
De dag dat het de zondvloed leek, zijn we lekker gaan toeren. Helaas zijn wij gespeend van het talent om leuke dorpjes te ontdekken en mooie weggetjes in te slaan. Nee, wij komen uit in stinkende riviermondingen met uitgewoonde industriële resten en macaber uitziende, afgefakkelde boomresten (dat is wat je dan hoopt) (O nee, dat was in de Veneto: 'Waar zijn nu die roze flamingo's en waterlelie velden'?). Maar wat we door het regengordijn wél zagen waren twee reebruine ogen waar een hert aan vastzat, een eekhoorn die een droog heenkomen zocht, menig verwaterde pelgrim en een soort, eehhh. Ding. Zoiets als 'wat ruist daar door het struikgewas, het is een...'. Je hebt, vaak in buitenlanden, van die felgekleurde, vaak oranje, harige soort slangen/rupsen met prikoogjes die aan een visdraadje uit een glas worden getrokken. Nou; dát zagen wij de weg oversteken alleen niet oranje.
 |
| Joehoe! Wij zijn het! |
Maar toen brak de zon door, verlieten wij licht naargeestig Aurillac (ook weer zelf ontdekt) en blubberden wij ons een weg door de marché au brocante (Hans en ik in verrukking terwijl de schimmellucht van de oude meuk ons de adem benam. Lou er misprijzend mompelend achteraan. Om over Maarten maar te zwijgen. Frédérique, alias Fredje, at een suikerspin en snorde tevreden). Tot mijn immense vreugde vond en kocht ik een superbeeldig, met de handgeborduurd tafelkleed in héél zacht oud roze. Zoals jullie weten ben ik nogal klein behuisd dus het gaat over mijn bed. Mijn tafel is een vierde hiervan. Ik ben er gelukkig mee!
En lekker gegeten hebben we ook bij Lion d Or in Entraygues. Met gepaste trots vermeld ik dat we dit schattige dorp zélf hebben gevonden én, met slechts een kleine tip van een niet lokale, ook het restaurant! Ja, wij leren het nog wel eens.
 |
| Eten bij de Gouden Leeuw |
En zo kwam er langzamerhand een einde aan het verblijf. Ik verluchtig met wat foto's en sluit deze lange episode af met een welgemeende 'au revoir'!
 |
La Vizelle
|